Een uitgestrekt gebied

Ooit was Nationaal Park De Peel een ondoordringbaar moeras met natte peelvennen en dichte pakken hoogveen. Tegenwoordig is het een uitgestrekt en weids gebied met verschillende soorten landschappen. Water, moeras, heide, bossen en omliggende landbouwgronden trekken diverse bijzondere soorten planten en dieren aan. Je vindt hier met name veel soorten vogels. De Groote Peel is zelfs zo belangrijk voor watervogels dat het een internationaal erkend 'wetland’ is. 

Van moeras naar hoogveen

Na de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, werd het warmer en natter in Nederland. In de Peelstreek ontstonden plassen, zogenoemde peelvennen, waarin planten zoals riet en lisdodde groeiden. Als deze planten afstierven verteerden ze niet door het gebrek aan zuurstof onder water. Zo hoopte het dode materiaal zich laag voor laag op: het begin van laagveen.  

Oneindige spons

Aan de randen van dit laagveen verscheen veenmos, een plantje dat zich volzuigt als een spons. Het groeit, alleen gevoed door regenwater, aan de bovenkant door en sterft aan de onderkant af. Langzaam vormde er een dik veenpakket dat steeds verder omhoog groeide. Op sommige plekken wel vijf tot zes meter dik. Zo veranderde het natte moeras in duizenden jaren in een hoogveenlandschap. 

Vleesetende planten

De arme en zure grond zorgt ervoor dat hier planten groeien die je bijna nergens anders ziet. Zoals de vleesetende zonnedauw, die met kleverige tentakels op zijn bladeren insecten vangt. Hoogveenplanten trekken op hun beurt weer zeldzame dieren aan. Zo verstoppen de larven van de noordse witsnuitlibel zich graag in veenmos. 

Veenmos
Marijke Vaes
Zonnedauw
Marijke Vaes
Noordse witsnuitlibel
Marijke Vaes

Veenputten en peelbanen

Omdat veen uit plantenresten bestaat, brandt het in gedroogde vorm (turf) goed. Vanaf de 13e eeuw groef men daarom in De Peel het veen af. Lange tijd was dit de belangrijkste brandstof en dus werd er steeds meer turf gestoken. Op Brabantse grond gebeurde dat op grote schaal door de firma van der Griendt, die lange rechte vaarten en kanalen groef om 'het zwarte goud’ te vervoeren. Aan de Limburgse kant stak iedere boer turf op zijn eigen stukje gepachte grond en voerde dit af in een kar. Zo ontstonden er veenputten in verschillende maten en smalle 'peelbanen’ verspreid over De Peel.

Littekens in het landschap

Door al dat werk van de turfstekers veranderde het landschap flink. Het dichtbegroeide hoogveenmoeras werd open en waterrijk. Ook ontstond er plek voor heidevelden en bossen. Als je vandaag door het gebied wandelt zie je grote waterplassen, kleine veenputjes en lange lijnen als ‘littekens’ van het turfsteekverleden nog steeds terug. Je kunt zelfs het verschil tussen Brabantse en Limburgse turfwinning terugzien in het landschap. 

Ontdek meer over turfsteken

Turfstekersexpeditie
Twee turfstekers in wei met gouden helm
Willeke Machiels

Waterrijk

Bekend als waterrijk gebied is Nationaal Park De Peel zelfs een internationaal erkend 'wetland’. Je vindt hier waterplassen, vennen en drassig moeras. In en rondom dit water bruist het van leven.  

Als een vis in het zure water

Je zou denken dat er veel soorten vissen in al dat water leven. Maar niets is minder waar. Het water is zuur en zuurstofarm en daar kunnen de meeste vissen niet in overleven. Toch vind je in De Groote Peel de Amerikaanse hondsvis. Dit kleine visje komt hier niet van nature voor, maar kan wel tegen de bijzondere omstandigheden en is daarom belangrijk voedsel voor visetende vogels, zoals de roerdomp en fuut.

Jongen in vogelkijkhut kijkt door verrekijker naar waterplas
Marijke Vaes

Kraamkamer en zwemmend buffet

Wat je onder water wél veel vindt zijn talloze waterdiertjes en larven. Libellen, juffers, kikkers en padden gebruiken plassen en vennen als paarplek en kraamkamer. Een bijzondere soort is de heikikker. De mannetjes kleuren tijdens de paartijd, in maart, blauw en maken een ‘ploppend’ geluid. Het waterleven trekt ook veel soorten water- en moerasvogels aan, zoals de winter- en zomertaling, waterral en bruine kiekendief. Met een buffet van planten, kleine waterdiertjes, kikkers, eieren en jonge vogels is er voor ieder wat lekkers.

Waterplas met vogels en berken langs de oever

Ontdek het waterleven

De beste plekjes om het waterleven van dichtbij te bekijken vind je in De Groote Peel. Hier liggen twee grote waterplassen. Bij het Meerbaansblaak vind je een uitkijkvlonder en vogelkijkhut. In het hart van De Groote Peel ligt de waterplas 't Elfde, waar je dwars doorheen kunt lopen.

Bijzondere vogels

Nationaal Park De Peel is een paradijs voor vogels. Zo'n 100 soorten, zoals de blauwborst, dodaars en geoorde fuut, kun je het hele jaar spotten. Tijdens de vogeltrek in het voor- en najaar vind je hier talloze andere unieke vogels. Ze vliegen over, strijken neer of overwinteren in het gebied.

De kraanvogel 

Een van die soorten is de kraanvogel. Met een lange hals, slank lijf, sierlijke staart en hoge poten ziet hij er exotisch uit. Kraanvogels houden van uitgestrekte natte natuur, bij voorkeur hoogveen of natte heide. Nationaal Park De Peel is daarom de perfecte stop tijdens hun reis naar Noord- en Oost-Europa, waar ze uiteindelijk broeden. Heel soms is De Peel zelfs een kraamkamer voor kraanvogels. In 2022 en 2023 zijn er succesvol kuikens geboren in het gebied.

Vogels spotten in De Peel

Ontdek meer over de vogels van De Peel tijdens een vogelexcursie door de boswachter. Of neem je verrekijker mee en ga zelf op zoek. Bijvoorbeeld vanuit de vogelkijkhut aan het Meerbaansblaak of op de Amsloberg in De Groote Peel. 

Kraanvogel
Marijke Vaes
Blauwborst
Marijke Vaes
Geoorde fuut met kuikens
Marijke Vaes

Weids landschap

Ook kenmerkend voor De Peel is het open landschap. Waar je eindeloos kunt kijken en de bewoonde wereld ver weg lijkt. De bodem is bedekt met heide, pijpenstrootje, zandruggen en op enkele plekken een boom. Tussen de stilte door hoor je vogels zingen en de wind die door de struiken waait.

Natte heide 

De Peel is een uniek vlindergebied. Je vindt hier soorten die je in de rest van het land nauwelijks ziet, zoals het spiegeldikkopje. Dit vlindertje houdt van natte gebieden en zet haar eitjes af op pijpenstrootje. In De Peel heb je dus grotere kans om deze soort te spotten. Ook kun je hier de zeldzame klokjesgentiaan tegenkomen. Een andere soort die graag in natte heide of hoogveen te vinden is, is de levendbarende hagedis. Bij warm weer kan je hem zien zonnen op de knuppelbrug.

Droge gronden

In hogere delen van het landschap is de bodem droger. Je komt hier zelfs zandruggen tegen. Bijvoorbeeld bij de Amsloberg in het oosten van De Groote Peel. Op de heide in dit gebied grazen Shetland pony's, waar je tijdens een wandeling over de paardenbegrazing een bezoek aan kunt brengen. Aan het einde van de zomer kan je hier de bloeiende paarse heide bewonderen. Ook kan je de gladde slang spotten. Geen zorgen, deze slang is niet giftig en niet agressief, maar wel bijzonder om aan de rand van het pad te zien zonnen. 

Spiegeldikkopje op distel
Marijke Vaes
Peellandschap met moeras en bomen

Bossen en berken

In delen van Nationaal Park De Peel vind je bosjes. Een boom die je hier veel ziet is de berk. Deze pioniersoort doet het goed op droge en arme grond. Na het afgraven en ontwateren door de turfstekers was De Peel dus de perfecte bodem voor de berk. Helaas verdampen berken veel water, waardoor ze de bodem drooghouden. Om het gebied weer naar natte hoogveennatuur te herstellen worden de berken op sommige plekken verwijderd.

Sporen van leven

In de dichter begroeide bossen van Nationaal Park De Peel schuilen diverse soorten zoogdieren. Ze zijn erg schuw en kiezen er overdag voor om tussen de bomen en struiken te rusten. Bewijs dat ze er zitten vind je vooral in de vorm van sporen. Omgewoelde grond door wilde zwijnen, prenten van reeën of poep met een ‘pluimpje’ van een vos. Als je héél vroeg op pad gaat heb je kans om een ree tegen het lijf te lopen.

Ree
Marijke Vaes
Grote bonte specht tegen berk
Marijke Vaes